maandag 28 januari 2008

Self - Assessment














Verdere toevoegingen op mijn self- assessment volgen nog,

hierbij eerst de foto's van mijn geselecteerde werk en de opmerking van de leraren bij mijn werk;

'De verantwoordelijkheid t.a.v de duidelijkheid van het beeld mag minder vooropgesteld worden. Leg meer nadruk op het verbeelden, het intuïtieve, het gevoelsmatige. Maar: een enthousiaste, positieve studie met veel mogelijkheden.'

maandag 14 januari 2008

Periode 2: Serieel Beeld

De eerste les bij Serieel Beeld ontvingen wij een ansichtkaart en een willekeurig ander plaatje daarbij. Mijn ansichtkaart kwam uit Tunesië, uit Tunis, de hoofdstad. Op het andere plaatje zag je naar mijn idee een slechte weg met een soort reclame bord dat naar beneden was gekomen en mogelijk diende als dak voor een 'huis'.



Vanuit deze kaarten moest je voor jezelf dingen opschrijven en kleine tekeningetjes maken die voor jou bij deze kaarten hoorden. Ik vond eigenlijk al meteen dat de beide plaatjes bij elkaar pasten. In landen zoals Tunesië zie je heel vaak dat alle huizen en wegen in de stad prachtig zijn en vooral de wegen zijn er goed. Maar kom je net buiten de stad, dat hoeft nog geen 5 min. van de stad af te zijn, dan kan het wegdek al zodanig verandert zijn en de huizen ook, ineens lijkt alles dan te verarmen, terwijl je ook dat gedeelte nog steeds de 'stad' noemt.

Na het maken van deze tekeningetjes moesten we één tekening doorgeven aan iemand uit ons (die les gemaakte) groepje, diegene, zonder te weten welke kaarten ik had, moest vanuit mijn tekening en zijn of haar gedachten en gevoel daarbij een andere tekening maken en als die klaar was ging die tekening ook weer verder.
De docent zei dat we hier leerde te reageren op werk en vooral om reeksen te maken. Hij zei dat het niet nodig was om ze verder te gebruiken maar ik heb dat wel degelijk gedaan. In de beelden die ik ontving werd mijn idee alleen maar versterkt. Uit die beelden haalde ik de vervuiling die in de stad zo erg is maar naarmate je verder van de stad afkomt wordt dit minder. Ook dit aspect van de overgang van stad naar platteland heb ik gebruikt in mijn schetsen.

Hierboven de 2 tekeningen die ik ontving en hieronder de tekeningen die ik maakte uit reactie op de gekregen tekeningen.
Dat verlopen van het landschap heb ik proberen weer te geven in mijn tekeningen. Ik heb hierbij heel veel verschillende manieren van werken bij gebruikt om er voor mezelf achter proberen te komen welke mij het meest beviel en welke naar mijn gevoel het beste bij mijn idee pastte. Ik heb naast het platte 2D werk nog drie filmpjes gemaakt. De eerste twee waren schetsjes waarin een gebouw werd afgebroken, de ene had ik gemaakt met mijn eigen tekeningen en die gefotografeerd en het andere filmpje had ik met photoshop gemaakt. Deze schetsen waren erg leerzaam, want hierdoor kwam ik er voor mezelf achter wat ik de mooiste en handigste manier van werken vond. Vooral het handige aspect van een filmpje was van belang, ik heb met die schetsen nogal moeilijk lopen doen bleek toen ze bijna klaar waren. Wat dat betreft heb ik dus veel geleerd van het omgaan met film programma's waardoor het me nu beter en sneller afgaat. Na verschillende schilderijtjes, collages, series en filmpjes gemaakt te hebben, ben ik tot het idee gekomen om de overgang van tijd en ruimte in een filmpje te laten zien door middel van één gebouw te laten transformeren van een zakengebouw naar een gezinswoning naar een kraakpand naar een zwervers-hut.Ik heb in deze periode bij serieel beeld veel geleerd en ik vind van mezelf ook dat ik goed gewerkt hebt, ik heb zonder dat de leraar het heeft moeten zeggen gewoon aan één stuk door geprobeerd, ik heb onderzocht en alles uitgetest. Uiteindelijk is mijn laatste filmpje misschien niet helemaal perfect en te simpel getekend, maar ik wilde persé dit filmpje maken omdat het verhaal hier achter echt goed weergeeft wat ik al vanaf het begin achter de kaarten zocht.

Helaas was het zo'n groot verhaal dat specifiekere en mooiere tekeningen gewoon geen optie waren voor de tijd die ik nog had. Dat vind ik zelf wel jammer maar toch ben ik wel tevreden met dit filmpje.

Verder heb ik geleerd om gewoon maar te blijven proberen, probeer andere materialen, bekijk het eens vanuit een andere hoek, bekijk het vooral niet te simpel. Ik heb geleerd om mijn grenzen te verleggen want als het aan mij had gelegen was ik bij het 2D werk gebleven omdat ik verder nog geen ervaring had met stop-motion filmpjes. Uiteindelijk heb ik er toch 3 gemaakt en heb ik het nu al aardig onder de knie.

Periode 2: 2D

We zijn deze periode bij 2D bezig geweest om je eigen werkelijkheid te leren kennen en te verbeelden. Dit hebben we gedaan door simpele oefeningen om er achter te komen hoe je jouw eigen werkelijkheid het beste weer kan geven. Één oefening was bijvoorbeeld het weergeven van bijv. hout, gras, etc. zoals jij het ervaart.
Verder hebben we een oefening gedaan waarbij we uit onze gedachten een bepaalde plek moesten tekenen. De volgende les moesten we een foto meenemen van deze plek om te vergelijken met de tekening van de les daarvoor, wat zat anders in je gedachten dan in je tekening en wat verschilde er met de werkelijkheid, was de foto wel zoals jij het ervaarde? Nadat we hier over nagedacht hadden moesten en opgeschreven hadden wat er fout was gegaan in de vorige tekening, moesten we nog een tweede tekening maken zonder de vorige tekening en zonder de foto erbij. Je moest hierbij bepaalde aspecten van de werkelijkheid zoals in jouw gedachten overdrijven. Na deze oefeningen kregen we de opdracht om een niet-zichtbaar lichaamsdeel te kiezen waar je interesse voor hebt. Ik heb hierbij gekozen voor de eierstok omdat ik er daarvan nog maar één heb. Ik ben de andere kwijt geraakt door een ziekte. Dit orgaan betekent ook daadwerkelijk wat voor mij en ik had er veel interesse in, omdat ik eigenlijk (ondanks dat er bij mij één is weggehaald) geen flauw idee had hoe zoiets eruit zag en waarom het eigenlijk eier'stok' heet. Na wat onderzoek ben ik achter deze vragen gekomen en moesten we ons bezig gaan houden met de verbeelding.
Na de eerste les geschilderd en getekend te hebben in de les, kwamen de docente en ik tot de conclusie dat ik alles veel te letterlijk neer wil zetten en uit wil beelden. Ik moest meer op mijn gevoel afgaan en niet teveel mooie dingen proberen te maken maar gewoon dat doen wat mijn gevoelens en gedachten me ingaven. Het was voor mij ontzettend moeilijk om mezelf hier aan over te laten, niet meer het precieze en uitgewerkte idee in mijn hoofd op papier zetten, maar je gevoel uitbeelden, het gevoel wat je van te voren misschien al wel hebt maar wat zich ook ontwikkelt tijdens het werken.
De docente vertelde me vooral dat ik gewoon moest doen/proberen, niet naar het resultaat kijken maar gewoon elke keer naar de beelden kijken en daar uit proberen te halen wat goed en sterk was en wat niet. Vooral datgene eruit proberen te pikken wat voor mij het duidelijkste en het meest van belang was, wat kwam zo dicht mogelijk bij mijn gevoel.
Ik ben bij het maken van veel beelden heel dicht bij mezelf gebleven, bij mijn eigen ervaring en eigen gevoel. Hierdoor heb ik bij dit gevoel heel veel verschillende beelden kunnen maken, waarin ik elke keer een stapje dichterbij kwam bij mijn idee zoals het er op papier uit zou moeten zien. Elke keer werd het voor mijn idee steeds duidelijker, had het steeds meer die uitwerking die ik wilde dat het zou hebben. Maar doordat ik heel erg voor mezelf heb zitten oefenen ben ik vooral bij dat ene idee en gevoel gebleven, waardoor ik geen andere ideeën/kanten van het onderwerp heb uitgewerkt.
Van deze lessen heb ik veel geleerd, ik heb voornamelijk geleerd om niet te snel op te geven, ik zag het op een gegeven moment echt niet meer zitten. Het beeld zoals ik het voor ogen had, kreeg ik niet op die manier op het papier. Waardoor ik echt even zoiets had van; dit gaat me nooit lukken. Na héél veel geprobeerd te hebben ben ik toch bij mijn eigen gevoel in de buurt gekomen en ben ik nog best tevreden. Ik heb ook geleerd om het niet te simpel te houden, bijvoorbeeld niet met maar één materiaal te werken maar bijvoorbeeld verf en houtskool door elkaar te gebruiken waardoor mijn gevoel op het papier alleen maar werd versterkt. Ook heb ik geleerd om een gevoel of idee niet te letterlijk te interpreteren, ik heb in het begin van mijn beelden alles veel te letterlijk neergezet. Als ik dacht aan het dreigende gevaar voor mijn eierstok maakte ik een bliksemschicht richting mijn eierstok, terwijl ik erachter kwam dat die bliksemschicht helemaal niet die uitwerking had als dat ik in mijn hoofd had.
Door middel van gesprekken met de docente ben ik erachter gekomen dat ik zo'n begrip als gevaar voor mezelf moest vertalen naar niet iets letterlijks. Vanuit die gedachte heb ik heel veel beelden gemaakt met enorme zwarte (dreigende) wolken/strepen/vlekken.
Als eindopdracht moesten we in een groepje onze beelden uitwisselen of samenvoegen en vervolgens in een soort 'tijdschrift'-formaat blad weergeven. Wij met ons groepje kozen ervoor om iemand als eerste aan te wijzen (diegene was ik), die werken te laten maken en vervolgens iemand als tweede daarop te laten reageren enzo verder. Foto's van dit eindwerk volgen nog.

zondag 13 januari 2008

Periode 2: 3D

Voor 3D moesten wij deze periode een voorwerp zoeken in of rond de academie. Ik heb gekozen voor de kliko met de volgende redenen: ik vind de kliko interessant, omdat ik het interessant vind hoe er mee om wordt gegaan. Elk mens weet wat ze zelf in hun eigen kliko gooien, welk afval er in de afgelopen bij is gekomen en wat er mogelijk is gaan rotten. Toch walgen we zelf ontzettend van onze eigen etensresten en vuilniszakken terwijl ze vol met vuil van onszelf zitten. Als voorbeeld nam ik mezelf, als ik iets weg moet gooien in onze kliko thuis doe ik dat van zo ver mogelijk af en hou ik de deksel maar een heel klein stukje open en gooi het stuk afval er zo snel mogelijk in, om maar enig contact met de geuren en beestjes uit de kliko te vermijden. Als een gek ren ik weer naar binnen uit angst voor de kleine nare vliegjes die ook niet weten waar ze moeten kijken nadat ze uit de kliko komen vliegen.

Het interessante van deze beestjes vind ik dat zij ons afval, zonder dat ze weten wat er precies in zo'n kliko zit, enorm interessant en 'lekker' vinden. Hetgeen waar wij van weten waar het vandaan komt en wat we er zelf in hebben gegooid, daar walgen wij van. Maar die vliegjes, ervaren pure onwetendheid als ze in een kliko terecht komen maar zij vinden het er heerlijk!

Om niet van ons eigen afval te gaan walgen en om te bekijken hoe de vliegjes aan ons afval beginnen, heb ik een plexiglas plaat in de kliko gemaakt, waardoor je kan zien wat er ingegooid wordt en hoe het zich laat omzetten in 'vies' afval waar we van walgen. Ook kun je door de plaat goed zien wanneer er vliegjes bij het afval komen. Verder heb ik een lamp ingebouwd die het zicht nog verduidelijkt.

Om te laten hoe het proces van ons afval in een kliko komt en zich daar opstapelt te laten zien, heb ik een camera in de deksel van de kliko gehangen waardoor je een stukje van de persoon te zien krijgt, die er wat in gooit, en vervolgens weer een zicht krijgt op de berg afval in de kliko, die met de seconde groter wordt.


Ik heb van dit project bij 3D geleerd om vooral je ideeën gewoon uit te voeren, en lukt het niet helemaal zoals je gepland had, geef dan niet meteen op maar probeer met iets anders toch hetzelfde weer te geven als je in eerste instantie wilde. Ik heb het deze periode bij 3D gered met weinig voorwerk omdat het idee er al snel was en de leraar mij liet weten dat hij het een goed idee vond. Hij vond dat ik het gewoon moest gaan maken.

Ik heb wel geleerd om mijn werk beter te organiseren. Mijn kliko was op een gegeven moment helemaal volgegooid omdat ik hem niet had dichtgegooid, maar dit was echt niet mijn bedoeling, dus moest ik mezelf daar maar uit zien te redden. Ik heb dus wel geleerd om zuinig op je eigen werk te zijn en er zorgvuldig mee om te gaan door duidelijk aan te geven dat mensen het bijv. moeten laten staan. Verder heb ik geleerd om meer vooruit te denken. Ik wist dat ik een plexiglas plaat aan de voorkant in mijn kliko wilde, maar ik heb veel te lang gewacht met het kopen van deze plaat waardoor ik pas later verder kon. Ditzelfde geldt voor de zekering en mijn lampje. Als ik dit allemaal beter had georganiseerd had ik uiteindelijk misschien nog wel meer met mijn kliko kunnen doen, er meer uit kunnen halen.

Periode 2: Beeld & Concept

Bij Beeld & Concept moesten wij deze periode kiezen uit 'de wereld' of 'de keukentafel'. Ik heb gekozen voor de wereld, omdat ik de wereld graag wat wil verkondigen, aangezien ik vind dat de wereld er nou niet bepaald op vooruit gaat. Ik ben me gaan bedenken wat ik de wereld graag duidelijk wilde maken. Ik kwam hierbij uit op het weggooien van afval op straat waar ik mij mateloos aan irriteer en het begrip 'racisme' hier in Nederland. Ik heb uiteindelijk gekozen voor dit laatste onderwerp, omdat ik dit echt een heel ernstig onderwerp vind en dat ik niet snap dat er zoveel racisme is. Ik heb toen het begrip 'racisme' voor mezelf in zijn simpelste vorm vertaald naar: het onderscheid/verschil tussen zwart-wit.

Om erachter te komen of wij, volgens veel mensen, in Nederland daadwerkelijk discrimineren ben ik op onderzoek gegaan. Ik ben gaan kijken naar alle voor de hand liggende zwart-wit verschijningen in Nederland. Hierbij kwam ik bijvoorbeeld uit bij stoplicht-palen, zebrapaden en zakjes Zwart-Witjes van Venco. Hieruit kwam inderdaad dat Nederland op het gebied van zwart-wit, veel vaker voor wit kiest dan voor zwart.


Om het racisme in Nederland duidelijk maken had ik het idee om een slachtoffer omlijning op de grond van zwartjes te maken, die massaal omringd werd door witjes, waardoor moet blijken dat het zwart een slachtoffer van het wit was. Helaas kon ik geen regeling voor zwart-witjes met de Venco fabriek treffen.


Toch heb ik geprobeerd mijn idee weer te geven met andere middelen die ook voor zwart en wit stonden. Uiteindelijk kwam ik uit op koffie en meel, hiermee heb ik dan veel verschillende beelden gemaakt die allemaal duiden op het onderscheid tussen zwart wit en het overheersende wit in de wereld.
Hierna ben ik verder gegaan op de (neger)zoenen, die voor mij iets hebben dat op de waarheid duidt. Ieder mens heeft namelijk wit vlees van binnen, maar elk mens is ook weer verschillend van kleur, maar van binnen blijven we allemaal hetzelfde. Bij dit idee, heb ik een paar onderzoekjes en proefjes met negerzoenen uitgevoerd.

Voor de rest ben ik ingegaan op de term 'blanke vla' door daar verschillende onderzoeken mee te doen. Datzelfde geldt ook voor een 'regen' van zwart-witjes en poedersuiker over een getind persoon.

Door deze vele onderzoeken heb ik geleerd dat je niet moet denken dat ideeën onmogelijk en onhaalbaar zijn. Soms moet je ze alleen een beetje naar je hand zetten zodat ze uit te voeren zijn. Ik heb ook geleerd om vooral niet stil te blijven staan en alles te proberen wat maar in je hoofd komt. Niks is fout en door te proberen kom je vaak weer tot andere/betere ideeën.


Verder heb ik geleerd me niet in te houden, ik wilde mijn werk vaak te klein houden om andere er niet mee lastig te vallen of omdat het handiger was, maar in mijn hoofd was het uitgewerkte idee eigenlijk veel groter. Door ook dit te proberen kwamen mijn gevoelens bij het idee veel beter tot zijn recht.