maandag 14 januari 2008

Periode 2: 2D

We zijn deze periode bij 2D bezig geweest om je eigen werkelijkheid te leren kennen en te verbeelden. Dit hebben we gedaan door simpele oefeningen om er achter te komen hoe je jouw eigen werkelijkheid het beste weer kan geven. Één oefening was bijvoorbeeld het weergeven van bijv. hout, gras, etc. zoals jij het ervaart.
Verder hebben we een oefening gedaan waarbij we uit onze gedachten een bepaalde plek moesten tekenen. De volgende les moesten we een foto meenemen van deze plek om te vergelijken met de tekening van de les daarvoor, wat zat anders in je gedachten dan in je tekening en wat verschilde er met de werkelijkheid, was de foto wel zoals jij het ervaarde? Nadat we hier over nagedacht hadden moesten en opgeschreven hadden wat er fout was gegaan in de vorige tekening, moesten we nog een tweede tekening maken zonder de vorige tekening en zonder de foto erbij. Je moest hierbij bepaalde aspecten van de werkelijkheid zoals in jouw gedachten overdrijven. Na deze oefeningen kregen we de opdracht om een niet-zichtbaar lichaamsdeel te kiezen waar je interesse voor hebt. Ik heb hierbij gekozen voor de eierstok omdat ik er daarvan nog maar één heb. Ik ben de andere kwijt geraakt door een ziekte. Dit orgaan betekent ook daadwerkelijk wat voor mij en ik had er veel interesse in, omdat ik eigenlijk (ondanks dat er bij mij één is weggehaald) geen flauw idee had hoe zoiets eruit zag en waarom het eigenlijk eier'stok' heet. Na wat onderzoek ben ik achter deze vragen gekomen en moesten we ons bezig gaan houden met de verbeelding.
Na de eerste les geschilderd en getekend te hebben in de les, kwamen de docente en ik tot de conclusie dat ik alles veel te letterlijk neer wil zetten en uit wil beelden. Ik moest meer op mijn gevoel afgaan en niet teveel mooie dingen proberen te maken maar gewoon dat doen wat mijn gevoelens en gedachten me ingaven. Het was voor mij ontzettend moeilijk om mezelf hier aan over te laten, niet meer het precieze en uitgewerkte idee in mijn hoofd op papier zetten, maar je gevoel uitbeelden, het gevoel wat je van te voren misschien al wel hebt maar wat zich ook ontwikkelt tijdens het werken.
De docente vertelde me vooral dat ik gewoon moest doen/proberen, niet naar het resultaat kijken maar gewoon elke keer naar de beelden kijken en daar uit proberen te halen wat goed en sterk was en wat niet. Vooral datgene eruit proberen te pikken wat voor mij het duidelijkste en het meest van belang was, wat kwam zo dicht mogelijk bij mijn gevoel.
Ik ben bij het maken van veel beelden heel dicht bij mezelf gebleven, bij mijn eigen ervaring en eigen gevoel. Hierdoor heb ik bij dit gevoel heel veel verschillende beelden kunnen maken, waarin ik elke keer een stapje dichterbij kwam bij mijn idee zoals het er op papier uit zou moeten zien. Elke keer werd het voor mijn idee steeds duidelijker, had het steeds meer die uitwerking die ik wilde dat het zou hebben. Maar doordat ik heel erg voor mezelf heb zitten oefenen ben ik vooral bij dat ene idee en gevoel gebleven, waardoor ik geen andere ideeën/kanten van het onderwerp heb uitgewerkt.
Van deze lessen heb ik veel geleerd, ik heb voornamelijk geleerd om niet te snel op te geven, ik zag het op een gegeven moment echt niet meer zitten. Het beeld zoals ik het voor ogen had, kreeg ik niet op die manier op het papier. Waardoor ik echt even zoiets had van; dit gaat me nooit lukken. Na héél veel geprobeerd te hebben ben ik toch bij mijn eigen gevoel in de buurt gekomen en ben ik nog best tevreden. Ik heb ook geleerd om het niet te simpel te houden, bijvoorbeeld niet met maar één materiaal te werken maar bijvoorbeeld verf en houtskool door elkaar te gebruiken waardoor mijn gevoel op het papier alleen maar werd versterkt. Ook heb ik geleerd om een gevoel of idee niet te letterlijk te interpreteren, ik heb in het begin van mijn beelden alles veel te letterlijk neergezet. Als ik dacht aan het dreigende gevaar voor mijn eierstok maakte ik een bliksemschicht richting mijn eierstok, terwijl ik erachter kwam dat die bliksemschicht helemaal niet die uitwerking had als dat ik in mijn hoofd had.
Door middel van gesprekken met de docente ben ik erachter gekomen dat ik zo'n begrip als gevaar voor mezelf moest vertalen naar niet iets letterlijks. Vanuit die gedachte heb ik heel veel beelden gemaakt met enorme zwarte (dreigende) wolken/strepen/vlekken.
Als eindopdracht moesten we in een groepje onze beelden uitwisselen of samenvoegen en vervolgens in een soort 'tijdschrift'-formaat blad weergeven. Wij met ons groepje kozen ervoor om iemand als eerste aan te wijzen (diegene was ik), die werken te laten maken en vervolgens iemand als tweede daarop te laten reageren enzo verder. Foto's van dit eindwerk volgen nog.

Geen opmerkingen: